Tel. 035-2031162
E-mail: tim@vittorialaw.nl
Iban: NL67INGB0009432064
KvK: 80795358
Postadres: Vittoria Law | Elzenlaan 61|1214 KK Hilversum
Locatie: Olympisch Stadion 24 - 28 | 1076 DE Amsterdam
In artikel 6:162 BW - het algemene onrechtmatige daad artikel - staat het volgende beschreven;
Uit het voorgaande blijkt dat er voor een succesvol beroep op onrechtmatige daad sprake dient te zijn van i) onrechtmatigheid, ii) toerekenbaarheid iii) schade, iv) causaal verband en v) relativiteit. In het navolgende zullen deze vereisten kort besproken worden.
I. Onrechtmatigheid
Er gelden drie onrechtmatigheidsrubrieken; i) een inbreuk op een recht, ii) schending van een wettelijke plicht en iii) schending van een maatschappelijke zorgvuldigheidsnorm. Van een inbreuk op een recht is sprake bij een inbreuk op zogenaamde subjectieve rechten. Dit zijn rechten die de rechtsorde als zo belangrijk en beschermwaardig beschouwt, dat de enkele inbreuk daarop als onrechtmatig moet worden beschouwd. Als subjectieve rechten worden absolute vermogensrechten, persoonlijkheidsrechten en andere subjectieve rechten bedoeld.
Van een schending van een wettelijk plicht is sprake wanneer de dader in strijd handelt met een verplichting die voortvloeit uit een algemeen verbindend voorschrift.
Een schending van een maatschappelijke zorgvuldigheidsnorm houdt in dat je iets doet - of nalaat - dat in strijd is met wat maatschappelijk gezien 'normaal' gevonden wordt. Hét arrest bij dit voorbeeld is Lindenbaum/Cohen, een heel oud arrest van de Hoge Raad. Lindenbaum en Cohen hadden allebei een drukkerij in Amsterdam. Cohen had een werknemer van Lindenbaum betaald om erachter te komen welke bedragen Lindenbaum vroeg in zijn offertes. Cohen ging vervolgens onder dit bedrag zitten om meer opdrachten binnen te halen. Lindenbaum kwam hier uiteindelijk achter en eiste vervolgens schadevergoeding van Cohen op grond van een onrechtmatige daad. Hoewel er géén sprake was van handelen in strijd met een wet, vond de Hoge Raad dat dit handelen zo in strijd was met de maatschappelijke zorgvuldigheid dat het een onrechtmatige daad opleverde.
II. Toerekenbaarheid
Dat de normschending aan de dader moet kunnen worden toegerekend, houdt in dat de dader niet alleen voor de feitelijke handelwijze, maar óók voor de onrechtmatigheid daarvan verantwoordelijk moet kunnen worden gehouden. Dat een onrechtmatige daad aan de dader moet kunnen worden toegerekend, houdt in dat de toerekeningsvraag buiten beschouwing kan blijven voor zover het feitelijke omstandigheden betreft die voor de onrechtmatigheidstoetsing niet van belang zijn. Van belang is is dat de normbestanddelen aan de dader kunnen worden toegerekend.
Concreet houdt dit in dat de dader niet hoeft te hebben geweten wie de benadeelde van zijn onrechtmatige daad was, als hij maar wist of behoorde te weten dat er belangen van een derde in het spel was.
III. Schade
Er is slechts sprake van aansprakelijkheid op grond van onrechtmatige daad als de gedraging ook tot schade heeft geleid. Dat kan zowel vermogensschade zijn als ander (financieel) nadeel. Vermogensschade houdt zowel geleden verlies als gederfde winst in. Immateriële schade is een vorm van ander nadeel, dat op grond van de wet óók voor vergoeding in aanmerking komt. De aanwezigheid van schade wordt in het algemeen snel aangenomen.
IV. Causaal verband
Het causaal verband gaat over het verband tussen de oorzaak (lees: de onrechtmatige handeling) en het gevolg van de schade. Dit verband wordt blijkt in het wetsartikel van onrechtmatige daad uit het woord ‘dientengevolge’. Aan het causaliteitsvereiste is in beginsel voldaan wanneer sprake is van een 'conditio sine qua non', - een voorwaarde zonder welke het gevolg niet zou zijn ingetreden. Als men de onrechtmatige handeling wegdenkt en de schade wordt dan ook geleden, dan is dus niet aan de voorwaarde van causaliteit voldaan.
Lees
hier uitgebreid over het causaal verband en hoe je dit vaststelt.
V. Relativiteit
In artikel 6:163 BW is bepaald dat geen verplichting tot schadevergoeding bestaat, wanneer de geschonden norm niet strekt tot bescherming tegen de schade zoals de benadeelde die heeft geleden. Het gaat hier om het zogenaamde relativiteitsvereiste. Hét bekende arrest op het gebied van het relativiteitsvereiste is het Tandartsenarrest, waarbij door een tandartsenmaatschap een vordering tot schadevergoeding ingesteld werd door zijn collega tandartsen. De Hoge Raad oordeelde dat het uitoefenen van het beroep van tandarts zonder het vereiste diploma weliswaar onrechtmatig is, maar in beginsel niet ten opzichte van wel gediplomeerde tandartsen.
Gevallen van ongelukkige samenloop van omstandigheden levert vaak geen onrechtmatige daad op!
Bij het bepalen of een bepaalde gevaarzettende situatie onrechtmatig is, spelen de Kelderluik-criteria een grote rol. Meer lezen, klik dan hier!
Heeft u het idee dat iemand onrechtmatig tegen u gehandeld heeft? Wilt u die persoon aansprakelijk stellen hiervoor? Lees hier meer over hoe u iemand aansprakelijk stelt. Voor verdere vragen kunt u rechtstreeks contact opnemen.
Gevestigd in Hilversum:
Elzenlaan 61 | 1214 KK | Hilversum
Bezoeklocaties:
Olympisch Stadion 24 - 28 | 1076 DE Amsterdam
Amersfoort
Krommestraat 70 | 3811 CD | Amersfoort